Roemenië reis 2011

Op donderdagavond 21 juli was het vertrek naar Bogata. Bij de kerk, hebben we afscheid genomen en gingen we naar onze eerste stop de Praxis. Er waren nog wat onderdelen voor de bus nodig en we wilden natuurlijk veilig op stap. Na de hele nacht doorgereden te hebben, kwamen we rond 8 uur 's ochtends bij Wenen. Omdat iedereen op dat moment sliep, en dus ook degene die de weg moest wijzen, hebben we een mini bezoek gebracht aan Wenen. We hebben daar op een parkeerplaats in de stad ontbeten en hebben vervolgens onze weg vervolgt richting Boedapest.

's Middags rond 1 uur kwamen we aan bij de familie Tullik in Cegled. Waar we overnacht hebben en heel veel eten kregen voorgeschoteld.

De volgende dag (zaterdag 23 juli) vervolgden we onze reis richting Roemenië. Om 18.00uur kwamen we aan bij de school in Bogata waar Theo, Sara, Doesjka en Ferdinand ons op stonden te wachten. Na snel de bus uitgeladen te hebben en de school bekeken te hebben gingen we richting het restaurant van de burgemeester. Zoals ondertussen gewoonlijk was geworden, begon de maaltijd met een grote bak/kom ondefinieerbare soep. Ook werd er kersenlikeur geschonken. Vervolgens wordt ons plakrijst met een kippenpootje en een ander stuk vlees geserveerd. Als dessert werd er een redelijk lekkere (volgens de een wel lekker, volgens de ander niet) chocolade taart op tafel getoverd.

Nadat er 's avonds toen we terug bij de school waren kregen we nog onverwachts bezoek van de buurtwachter en een politieagent. Gelukkig had Gydo 's avonds tijdens het eten telefoonnummers uitgewisseld met Zollie, die ook Nederlands spreekt. Zollie heeft via de telefoon alles uitgelegd waarom wij hier waren en zo stond niets ons avontuur meer in de weg.

Zondag 24 juli, hadden we om 10 uur ontbijt waarna we richting de kerk gingen. Hier ontmoette we Eszter ook voor het eerst (met uitzondering van degene die al eens op Roemeniëreis waren geweest). De dienst was in het Hongaars, dus veel begrepen we er niet van. Gelukkig heeft Eszter het in grote lijnen nog uit kunnen leggen in het Nederlands (II Kronieken 20:24-30).

Na de dienst gingen we richting het kindertehuis, Emmaüs,  waar we vanaf toen iedere middag en ook avond zouden eten. De rest van de dag  hebben we niets meer gedaan dan uitrusten van de reis en genieten van de Roemeense zon.

De volgende dag was de eerste klusdag. We zijn deze dag begonnen met het voorstrijken van alle wanden in de gang. Ook het plafond moest voorgestreken worden vanaf een Roemeens in elkaar getimmerd steiger. Naast het schilderwerk in de school waren er ook nog een aantal in het kindertehuis, dakramen aan het schilderen.

Dinsdag en woensdag zijn we de hele dag bezig geweest met de witte verf. Woensdagavond hebben we niet in het kindertehuis gegeten, maar bij Ad & Janneke in Oarbe de Mures. Zij wonen daar sinds 5 jaar. Het eten was gemaakt door de buurman, die vroeger kok was geweest.Na het eten hebben we een paard-en-wagentocht gemaakt. Dit was een zeer bijzondere en aparte ervaring. We reden met twee karren achter elkaar. Wat niet heel prettig was voor degene op de achterste bank van de voorste kar. Die hadden namelijk de hele weg een hijgend paard in hun nek. De route leidde ons langs de velden van boer Ad en door de ‘bossen’. Wat veel gelach met zich meebracht, omdat we elke keer voor de takken moesten wegduiken. We stopten halverwege op een heuvel, daar had je een prachtig uitzicht. Op de terugweg zijn er ook nog twee van ons door het bankje gezakt.

Met schemerlicht zijn we teruggereden. Onderweg zijn we gestopt bij een monument uit de Tweede Wereldoorlog. Er zijn toen 11.000 Roemenen omgekomen tijdens een gevecht met de Duitsers.

De avond hebben we afgesloten met een griezelverhaal in de Roemeense buitenlucht.

Donderdag gingen we weer verder met de witte verf. Op het plafond na hebben we deze dag alles afgekregen. Met maar 1 steiger en maar een beperkt aantal mensen die erop wilden/durfden hebben we besloten het plafond te laten voor wat het is en geld achter te laten, zodat Eszter zelf iemand kon regelen om het plafond te schilderen.

Na het avondeten werd de kamer van de dames omgetoverd tot een waar filmtheater. Op de laptop van Gydo werd ‘Rango’ geprojecteerd. Timo was hier geen getuige van, hij zat met enkele kinderen van het tehuis gitaar te spelen.

Vrijdag, inmiddels 29 juli, werd iedereen zoals gewoonlijk weer om 8 uur aan het ontbijt verwacht. Na het eten begonnen we weer met schilderen, nieuw hierbij was dat het dit keer geen witte verf, maar grijze verf was wat we op de muren smeerden. Aangezien het moment van de terugreis al weer een stuk dichterbij kwam, was het mooi dat we het grijze gedeelte in een dag hebben kunnen afmaken. In de avond stond een uitje naar het huisje van Sara en Theo in Gâmbut op het programma. Dit plaatsje ligt voorbij Bichis en hier is de armoe nog goed te zien. Gydo reed ons er naartoe over een weg vol kuilen, gaten en kraters. Grappig om te zien was dat de weg op een gegeven moment overging van geasfalteerd naar onverhard, net voorbij de oprit van de burgemeester.

Zaterdag hadden we een uitje gepland. De eerste stop was de zoutmijn in Praid, zo’n 100km rijden voor Janno. Daar aangekomen konden we een parkeerplaats vinden in een soort achtertuin onder een appelboom. Daarna werden de toegangskaartjes gekocht, waarna een bus ons de mijn inreed. Gydo had ons al verteld dat de mijn tegenwoordig als kuuroord wordt gebruikt, maar het was toch vreemd om daar mensen te zien badmintonnen, tafeltennisen, schommelen, etc. Het mijnverleden ontbrak, op een klein museumpje na, volledig.

Na de mijn gingen we eten in een restaurantje, waar toch bijna iedereen koos voor frietjes. Misschien hadden we dit niet allemaal tegelijk moeten bestellen, omdat de baktijd nu nogal kort was. Op de terugweg richting Bogata, hebben we nog een kermamiek-dorpje bezocht, er waren heel veel winkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen. Ook gingen we nog naar een zoutmeer in Sovata, waar we even hebben rond gedobberd.

Terug in Bogata hebben we weer gegeten in het kindertehuis, en de avond afgesloten met spelletjes in de eetkamer.

De volgende dag, zondag 31 juli, was het ontbijt op een zondagse tijd. Om 11 uur werden we weer verwacht in de kerk. We konden weer proberen mee te zingen met de Hongaarse liederen. Ferdinand en Marieke hebben tijdens de dienst wat verteld over wie we zijn en wat we in hun dorp doen, gedaan hebben (vertaald door Eszter). Ook van de preek van deze dienst heeft Ester een Nederlandse vertaling gegeven (Jesaja 58:1-9). Aansluitend hebben we in het kindertehuis geluncht samen met Eszter, haar man (tevens ook de dominee), haar kinderen en een paar kinderen van het Emmaüs.

Maandag, inmiddels augustus, was de laatste schilderdag. Nadat het laatste stukje plint was geschilderd klonk er hard gejuich door de school. Het schilderen wat toch wel meer werk was dan gedacht was klaar! Het eten was deze avond een broodmaaltijd in de school, met tomaten en eieren gekocht bij de buren. Daarna zijn we met de 8 jongeren op bezoek geweest bij Zollie in Istihaza. Een Roemeense boer die ‘stage’ heeft gelopen in Nederland. Zijn bedrijf is goed gegroeid. We hebben heerlijk op de veranda gezeten, lekker gekletst en gedronken.

Dinsdag de laatste dag in Bogata hebben we de school gepoetst. 's Middags bij het eten hebben we een aardigheidje overhandigd aan Eszter en 's avonds een groep vrijwilligers ontmoet uit Rhenen. Zij waren in de zomer van 2010 ook al geweest en kwamen nu speeltoestellen bouwen bij het kindertehuis en de school.

Woensdag, 3 augustus, hebben we afscheid genomen van Eszter en de medewerkers van het kindertehuis. 's Avonds kwamen we aan in Boedapest waar we nog twee nachten hebben geslapen en de stad hebben bezocht. Vrijdagmiddag gingen we dan echt naar huis. Zaterdagochtend om 8 uur waren we weer terug in Houten, waar familie en bekenden ons een warm welkom gaven.

Bedankt voor uw/jouw bijdrage aan onze reis!

Marieke, Hanna, Jonneke, Pauline, Gydo, Janno, Timo, Eline, Ferdinand en Doesjka